Laatst las ik een verhaal dat me diep raakte.
Het ging over een taxichauffeur en een bijna-ongeluk met een woedende bestuurder.
In plaats van terug te schreeuwen, glimlachte de chauffeur vriendelijk en zei:
“Dat is de Wet van de Vuilniswagen.”
Hij legde uit dat sommige mensen rondlopen met een hoofd en hart vol frustratie, teleurstelling, stress. En als het zich opstapelt, zoeken ze een plek om het te dumpen. Vaak op wie er toevallig voor hun neus staat.
Jij. Ik. De wereld.
Maar de keuze is aan jou: neem je het aan? Of laat je het liggen?
Als coach ken je het fenomeen als geen ander.
Je werkt met mensen die soms overlopen van oud zeer, weerstand of zelftwijfel.
En ja, soms wordt dat naar jou gekeerd.
Niet uit onwil. Maar omdat jij veilig voelt.
Omdat jij luistert, aanwezig blijft, niet wegloopt.
Maar… jij bent geen vuilniswagen.
En het is niet jouw taak om alles op te vangen.
Voor jou als coach:
- Herken je wanneer iemand zijn ‘vuilnis’ bij jou dumpt?
- Hoe vaak neem jij het tóch mee naar huis?
- En… hoe zorg je dat je het loslaat, vóórdat het zich in jouw systeem opstapelt?
De echte kracht van coachen zit niet in alles dragen.
Het zit in aanwezig blijven zónder overnemen.
In een warme spiegel zijn, zonder absorberend sponsje te worden.Dus de volgende keer dat iemand hun frustratie over je uitstort, denk dan even aan die taxichauffeur. Glimlach. Zwaai. En blijf in jouw centrum.
Dat is vakmanschap. Dat is zelfzorg.
Wat is jouw manier om andermans ‘vuilnis’ los te laten?




